woensdag 8 juni 2011

De bergen en Mystras !

Het weer is een beetje in de war. Twee dagen terug waaide ‘s morgens de (zelfgehakte) stukjes walnoot zo uit je yoghurt het zwembad in, gelukkig hield de honing de boel nog een beetje bij elkaar. Diezelfde middag nog werd het zo heet, 36 graden toen we even wat boodschapjes gingen halen. Toen we gisterochtend wakker werden, was het zelfs grijs buiten ! Helemaal bewolkt ! Er viel wat regen uit (vier spetters om precies te zijn, maar toch). De hele dag bleef het bewolkt en beetje benauwd. En ook vandaag, vanmorgen compleet blauwe lucht, uurtje later dicht bewolkt, regen (nu wel 50 spetters !) en nu is het blauw met hier een daar een wolkje. Op het moment is het heerlijk dus, windje erbij, precies goed.

Het is onze laatste dag in de villa van Orato, beetje weemoedig zijn we, want het leven is hier wel erg perfekt. We zijn nu op de helft van onze vakantie, maar het eerste stuk was al zo heerlijk, dat het eigenlijk niet mooier kan worden. Toch zitten we vol goede moed. Een paar dagen terug maakten we kennis met onze buurtjes Thea en Rene, echte ‘Griekofielen’. Zij zijn op Kythera geweest en zijn er werkelijk lyrisch over. Hun beider ogen straalden toen we vertelden dat we over een paar dagen naar het eiland Kythera gaan. Vanmorgen nog even de laatste tips met ze doorgesproken en als we ze mogen geloven (en dat willen we maar al te graag), gaan we de een fantastische week tegemoet. We zijn superbenieuwd, we horen en lezen alleen maar goede dingen over Kythera !!

We zullen jullie nog even bijpraten over onze belevenissen. Eén van de dingen die op ons verlanglijstje stonden was het bezoeken van Mystras, een oude byzantijnse stad in het Taigetosgebergte. Inmiddels uiteraard verlaten en verworden tot ruines, maar er zijn een aantal gebouwen (voornamelijk kerken) gerestaureerd en het is in 1989 tot World Heritage Site gebombardeerd. De stad is in 1249 gesticht ter vervanging van de oude stad Sparta (ja, ja, van de Spartaanse opvoeding!), op het hoogtepunt woonden er maar liefst 20.000 mensen, het was de hoofdstad van de Peloponnesos (al heette het toen anders), in 1834 is de nieuwe stad Sparta gesticht en zijn de mensen hiernaar toe verhuisd, de laatste inwoners vertrokken in 1953. Al is dit laatste niet helemaal waar, in het Pantanassa klooster wonen nog steeds enkele nonnen.

Maar goed, om er te komen is het ruim 1,5 uur rijden. Het is vandaag ‘toch bewolkt’ dus een prima dag om er op uit te trekken. Als we bij Kalamata zijn, zie ik op de kaart een weggetje binnendoor, volgens mij korter en met minder haarspeldbochten dan de hoofdweg. Vol enthousiasme slaan we af. We zien wel een paar fikse bergen opdoemen, volgens mij moeten we daarachter ergens zijn. Het eerste stuk is leuk, door kleine dorpjes, we gaan goed, maar dan staan we op een kruising, die niet op mijn kaart staat, de dorpjes die hier aangegeven worden ook niet en het is niet duidelijk wat de doorgaande route is. We nemen een gok en gaan linksaf.


Lijkt leuk, maar je hebt er niets aan als je de dorpjes niet op de kaart terug kunt vinden …


Al snel verandert de asfaltweg in een onverharde weg, die overigens prima te berijden is. Als we onze tomtom even aanzetten om te kijken of die soelaas kan bieden, roept die maar één ding ‘keer om ! keer om !’. We zetten de tomtom snel uit, wat weet die er nu van ? We rijden stug door en klimmen hoger en hoger. Dit is duidelijk niet het weggetje met minder haarspeldbochten en zeker niet korter. De weg wordt al slechter en slechter en we gaan hoger en hoger. De omgeving is weinig inspirerend, hier hebben volop bosbranden gewoed, het doet allemaal een beetje onheilspellend aan. Af en toe moeten we stoppen om te kijken of we door de steen, kuil of put in de weg wel veilig door kunnen rijden.


Een harde klap … we rijden ondanks onze voorzichtigheid toch op een fikse steen, met grote ogen springt Erik uit de auto en duikt eronder… ik zie ons in visioenen al in een Discovery-documentaire. Gestrand boven op een berg, geen dorp of huis in de buurt, wie van ons twee gaat er lopen? En waarheen? Terug of verder? We hebben ook nog een telefoon, maar wie gaan we bellen en hoe gaan we uitleggen waar we zijn, we weten het zelf niet eens ! Ons noodrantsoen (bestaande uit twee mentosjes) hebben we daarnet al opgegeten. Verder hebben we niets bij ons, ja een klein flesje water. Straks breekt er weer een bosbrand uit, hoe ontvluchten we die ? De tomtom had zo gelijk ‘keer om! keer om!’ Als Erik weer vanonder de auto vandaan komt staat zijn gezicht weer op ‘neutraal’, niets aan de hand, er drupt niets onderuit de auto. We rijden verder en komen na lange tijd weer op een asfaltweg, wat een opluchting. Om eerlijk te zijn was ik de enige die dit allemaal té spannend vindt, Erik vindt het alleen maar leuk …

Met een ‘vertraging’ van zo’n twee uur komen we begin van de middag bij Mystras aan. De stad is gebouwd op een helling, het is dan ook een heel geklim en geklauter. Gelukkig is er een beneden en boven ingang. We zijn beneden begonnen en tot de helft geklommen. Daarna met de auto buitenlangs naar de boveningang, waar je met hetzelfde kaartje naar binnen kan. Het kasteel helemaal bovenop de top hebben we overgeslagen, het was erg warm en het uitzicht is hetzelfde als halverwege, alleen dan van wat hogeraf (logica volgens een van de gidsen ter plaatse).



Hier zijn de hoogteverschillen goed zichtbaar, we staan beneden en helemaal bovenop zie je het kasteel

De kerken in de stad zijn stuk voor stuk prachtig, binnenin nog volop mooie fresco’s, sommige zo kleurrijk en scherp dat ze gisteren gemaakt lijken te zijn. Allemaal met natuurlijke verfstoffen gemaakt in de middeleeuwen, niet bijgekleurd of gerestaureerd, het is eigenlijk ongelofelijk dat sommige nog zo mooi zijn. Helaas zijn er ook veel vernield, soms is het hoofd ‘erafgepeuterd’ of de ogen. Dit is gedaan door de Turken,die de stad in 1460 bezetten.







Bij het Pantanassa klooster worden we opgewacht door een wel heel enthousiaste gids. Ze vertelt volop over de prachtige fresco’s en over de 14e eeuwse kerk die bij het klooster hoort. Het was ons al opgevallen, dat sommige kerken hier (in Mystras) dicht zijn, dat komt dus door de huidige crisis. Voorheen waren er een groot aantal gidsen aanwezig, die in de kerken post hielden en eventuele vragen van bezoekers konden beantwoorden. Nu is het aantal gidsen dus beperkt om geld te besparen. Eigenlijk is dit, tot nu toe, het eerste wat we echt merken van de crisis hier.





Erik in ‘kloosterdracht’







Als we de kerk verlaten raadt ze ons aan even bij de nonnen naar binnen te gaan, ze verkopen handwerk om zo hun in hun levensonderhoud te kunnen voorzien. Ze vertelt trouwens ook dat de nonnen hun boodschappen nog steeds aan laten voeren per ezel, het is hier zo steil dat er geen andere manier is. Maar goed, dus wij naar binnen bij de nonnen. En inderdaad, allemaal kantwerk en borduursels, maar wat echt mijn oog trekt is de vitrinekast vol met iconen en kleine houten lieve dingetjes (zal ook wel een naam hebben, maar weet ik niet). Het haak- en kantwerk wordt tentoongespreid en we zoeken wat moois uit voor oma. Als we vragen wat het kost, tovert ze een achterkant van een kladblok tevoorschijn (je weet wel, dat dikke kartonachtige papier), waarop opeenvolgend 10, 20, 30, etc. euro geschreven staat. Ze wijst het juiste bedrag aan (wow, dat is duur!).

Daarna op naar de vitrinekast, we zoeken het een en ander uit en met hetzelfde karton laat ze zien wat het kost. Ze lacht ons vriendelijk toe vanachter haar zwarte nonnengewaad. Als we uiteindelijk vier, noem het maar mini-iconen, uitzoeken, blijkt dat we toch wel erg veel geld neergeteld hebben voor het kantwerk, want we krijgen er twee gratis.








Onderdeel van de oorspronkelijke vloer van het Peribleptos
Klooster wat betekent ‘de overal zichtbare’


Je ziet hier trouwens nauwelijks toeristen. In de reisgids stond vermeld dat het een attractie was waar bussen vol toeristen op afkomen, maar geen bus gezien. Uiteindelijk hebben we er toch wel een paar uurtjes rondgelopen, misschien zijn we 10 toeristen tegengekomen, zeker niet meer.





Doen deze fraaie mozaïeken op de vloer je ook niet denken aan die twee oude muppets,
Statler en Waldorf, in hun balkonnetje ?




Als we aan het begin van de avond weer ‘naar huis’ rijden, rijden we via de ‘normale’ weg langs Kalamata, die trouwens schitterend is. Een groot deel rijdt je door een kloof met de meest prachtige kleuren, vergezichten en bloemen, die meestal heel erg lekker ruiken, tunneltjes uitgehakt uit de bergen, het is hier prachtig.


Omdat het al laat is als we terug zijn, besluiten we in Stoupa gelijk maar te gaan eten. We struikelen hongerig een klein Italiaans restaurantje binnen, even een keertje iets anders dan de Griekse keuken. Alhoewel het gerund wordt door Grieken, heerst er een Italiaans temperamentvol sfeertje. Op een of andere manier is de pizzabakker het niet eens met de eigenaresse van de zaak (of andersom). Ruzie volgt en even dreigt de pizzabakker zijn schort af te doen en weg te gaan. Uiteindelijk loopt hij het strand op (is voor de deur) om af te koelen en komt hij toch weer terug. Bijna moest de pizzabladzijde uit het menu gescheurd worden, maar gelukkig, toch niet nodig. We hebben hier trouwens heerlijke pasta gegeten, jonge eigenaren die het geheel met wat humor brengen, een leuk tentje.

Door ons bergavontuur zijn we onbedoeld een hele dag weggeweest, het zwembad schreeuwde om aandacht, dus trokken wij om half 11 ’s avonds nog een paar baantjes … lekker …

dinsdag 7 juni 2011

Exo Mani

Gisteren een dagje ‘de hort op’ geweest. Na een paar daagjes rust en stilte waren we toch wel nieuwsgierig naar de Mani, zo heet het schiereiland waar wij op zitten. Het is verdeeld in een zuidelijk en een noordelijk stuk en vandaag trekken we naar het zuiden.

De Mani is van oudsher een gebied van interne twisten, er was/is weinig vruchtbare grond en bloedwraak tussen de clans was geen uitzondering. De clans hadden tevens het alleenrecht op het bouwen van de zogenaamde torenhuizen. Soms met wel 5 verdiepingen, zodat ze vanuit de bovenste verdieping de vijand (vaak zijnde de buurman :-)) met stenen konden bekogelen. Ze waren ook weer wel praktisch ingesteld, als het oogsttijd was, was er een tijdelijke wapenstilstand … Zelfs de Turken hebben zich nooit hun vingers durven branden aan deze regio, ze zorgden er echter wel voor dat de interne strijdjes voortduurde, zodat de Manioten (of Maniakken ?) geen tijd hadden om de Turken te bevechten. Uiteindelijk hebben de clans zich verenigd om zich in te zetten voor de Griekse onafhankelijkheid (en dus toch nog te strijden tegen de Turken).

Maar goed, vandaag dus richting de zuidelijke Mani. Deze streek heeft zich als laatste deel van Griekenland tot het christendom bekeerd. Ze waren hierover zo enthousiast dat het in deze streek werkelijk wemelt van de oude Byzantijnse kapellen. Soms 15e eeuws, maar ook 12e eeuws, het staat hier allemaal gewoon aan de kant van de weg.

En daar zijn we gek op, dus off we go !

Na een uurtje zijn we in Aeropoli, waar ooit de opstand tegen de Turken begon. De leider van het geheel heeft een heldhaftig standbeeld gekregen op het centrale plein. Het is erg warm in het kleine stadje, het is ruim 30 graden en er staat geen zuchtje wind.


supermarkt in Aeropoli


het huis van een verstokte roker ?



Op wat toeristen na, lijkt het wel uitgestorven, maar het is dan ook siesta-tijd. Achteraf blijkt dit trouwens een voorbode voor de rest van het schiereiland. We eten wat bij een schaduwrijke taverne en rijden verder, op zoek naar de byzantijnse kapellen.







En je hoeft echt niet te zoeken, ze staan letterlijk gewoon aan de kant van de weg. Oude, soms 12e eeuwse kapelletjes met de meest prachtige oude fresco’s. De eerste kerkjes die we zien zijn ‘gewoon’ open, helaas stopt dat op een gegeven moment en moeten we het doen met het gluren door de ramen. Soms vang je dan toch nog een glimp op van oude fresco’s, soms zijn de ramen dichtgemaakt om de fresco’s tegen het licht te beschermen en zie je dan ook niets. Op zich erg jammer, maar goed, het idee van het ‘vinden’ en eerste aanblik van deze kleine schattige kerkjes (soms moet je op de knieën om door het raam te gluren) maakt veel goed !








En soms zitten we weer maar net in de auto en staat er weer al een volgende ! Echt vervelen deed het niet, het was altijd weer een verrassing wat je aantrof en of je wel of niet naar binnen kon. Soms vergisten we ons ook, de nieuwere kerkjes worden vaak in dezelfde stijl neergezet, maar dan uiteraard zonder de oude fresco’s. Tot een aantal jaren terug waren blijkbaar alle kerken nog gewoon open, maar door schade en schande (diefstal van iconen en beschadiging van fresco’s) wijs geworden, zit er tegenwoordig vaak een slot op de deur.




Het gebied is trouwens aardig ‘ruig’. We hebben het laatste grote groen allang achter ons gelaten, wat rest zijn duizenden olijfbomen. De berghellingen zijn kaal en rotsachtig. Er zijn hier geen strandjes, ook de kust is rotsachtig of bestaat uit steile kliffen. De dorpjes zijn klein, vaak grotendeels verlaten, meestal zelfs vol met ruines. In een klein dorpje zien we een oude man zitten op de stoep van zijn huis, midden tussen de ruines in. Ooit was dit een drukbevolkte regio en waarschijnlijk heeft deze man dat ook nog wel meegemaakt.

Het is ook overal heel stil, in de dorpjes hoor je geen stemmen, laat staan kindergeluiden. Soms steekt een oude man zijn hoofd buiten het raam. Met een vriendelijk ‘yassas’ (hallo) lopen we voorbij, een glimlach op het gezicht van de oude man toverend.

Nauwelijks faciliteiten, geen supermarktjes of winkeltjes, welgeteld 1 benzinestation, waar de benzine ruim 10 cent duurder was dan vlakbij onze bungalow.






Wat we wel zagen is dat veel van de oude torenhuizen gerestaureerd zijn of worden. Veel mensen uit Athene (die van oorsprong hier vandaan komen) schijnen de huizen weer in oude glorie te herstellen. Goed werk, maar helaas komen ze hier niet wonen en gebruiken ze het waarschijnlijk alleen in de vakanties.

Dus eigenlijk een beetje triest, alhoewel het een prachtige streek is. Ruig, maar met prachtige vergezichten, kristalhelder water bij de kust en betoverende dorpjes met nog mooiere oude byzantijnse kapelletjes.






’s Avonds trakteren we onszelf weer op een diner in het restaurant. Deze keer laten we ons verwennen met een rodebietensalade, spinazietaart met feta, gevulde kip en mousaka. Mousaka is nu niet iets wat je hier direkt in een restaurant zou verwachten, maar dat komt zo. Een poosje terug vertelde een toerist aan meneer Orfanos dat de mousaka bij de gemiddelde taverne net zo smaakte als bij hem thuis (in NL, pakje Knorr waarschijnlijk). Hier schrok hij zo van, dat hij besloot om het tegendeel te gaan bewijzen. Échte Griekse mousaka kán gewoon niet hetzelfde smaken als in Nederland! Met verse lokale ingrediënten gaat hij nu deze ‘strijd’ aan. En inderdaad, de mousaka is hier zeker anders dan in bij de gemiddelde taverna ! Allemaal supervers uit eigen tuin en niet machtig ! (We ‘gmake’ it very light, easy to eat two pieces !!) Het is leuk om te zien hoe hartstochtelijk hij over zijn streek en over de locale producten praat. Hier ligt duidelijk zijn passie, iets lekkers maken met ingrediënten ‘van hier’. De wijn die hij serveert komt allemaal uit de Peloponnesos, want waarom zou je het elders halen als er hier goede wijn is ? Helemaal mee eens. Samen met zijn vrouw (die overigens in Italië de kookkunst meester is geworden), doet hij een ‘wijnopleiding’ en bezoekt hij regelmatig locale wijnboeren. Hij heeft dit restaurant vorig jaar geopend om mensen kennis te laten maken met de locale produkten. Zelf komt hij uit Stoepa en zijn vrouw uit Agios Nikolaos, beide geboren en getogen op nog geen 5 kilometer hier vandaan.

Over de buurman, die een moderne blokkendoos heeft neergezet, doet hij wat minachtend. ‘Somehow they live in it’ en ‘not traditional’ is het enige wat hij erover kwijt wilt, als we naar het moderne huis informeren, kunstenaars uit Athene …

En over de natuur. Hoe warm het hier ook kan worden, overdag is er een constante bries van zee, ’s avonds verandert dit in een windje vanuit de bergen. Zo heb je nooit airco nodig, gewoon de ramen tegenover elkaar openzetten, dat is genoeg. Bij de bouw van de huizen wordt hier dan ook rekening mee gehouden. De wind uit de bergen brengt ook nog eens een heerlijke dennengeur met zich mee, als hij dit vertelt, brengt hij zijn vingertoppen bij elkaar en maakt een strekkende beweging vanaf zijn neus en sluit hij even zijn ogen.

Ook over de politiek heeft hij (zoals elke Griek) een mening. Als we op tv beelden zien van demonstraties, vragen we of dat dat in Griekenland is. Het blijken stille, vreedzame protesten te zijn in Thessaloniki. Als we het goed begrepen hebben, doet hetzelfde zich voor in Spanje, maar we hebben eerlijk gezegd al even geen nieuws meer gezien of gehoord. De regering is hier genoodzaakt drastische maatregelen te nemen (tja …) wat ondermeer betekent dat de salarissen van de jongeren (minimumloon ?) dalen van 700 naar 500 euro per maand. Uiteraard wist hij hier de juiste oplossing voor, maar die zal ik jullie besparen. Waarschijnlijk zit hij, zoals het een echte Griek betaamd, over 20/30 jaar ook in het lokale café, spelend met zijn komboloi, lekker te discussiëren over de economische en politieke situatie in de wereld.

Uiterlijk gezien heeft meneer Orfanos wel wat weg van Salvador Dali en Rene (je weet wel, van allo allo). Als hij in keurig Engels (nou ja, dat ‘gomemade’ blijft natuurlijk lastig) de menukaart opsomt, doet hij eerst even zijn ogen dicht om daarna heel rustig van wal te steken. Door zijn enthousiasme gaat hij al snel sneller praten en krijg je eigenlijk overal zin in en dat geeft ook niet, wat je ook kiest hier, het is volgens mij altijd superlekker. We willen hier natuurlijk geen reclame maken, maar als je nog eens een perfecte vakantiebestemming zoekt met mooi weer, veel rust en lekker eten,moet je hier zijn … (en natuurlijk voor kleine schattige oude kerkjes ;-))


zijn ze niet prachtig ?


maandag 6 juni 2011

When the sky is clear, the sea is clear ...

Wat is het hier toch geweldig. Elke ochtend als we wakker worden, draaien we ons hoofd opzij om te zien dat het zonnetje gewoon weer schijnt. We hebben de muggen nu aardig onder controle en slapen weer lekker met de ramen open.

Misschien was het een soort welkom van de muggen, zo’n eerste nacht. “Denk nou maar niet dat alles hier zo perfekt is, want wij zijn er ook nog !!” zoiets … om je weer even met beide benen op de grond te zetten of zo …

Gisteravond hier in het restaurant gegeten. Van horen zeggen het beste restaurant in de regio. Niet dat we al zoveel hier geprobeerd hebben, maar ik vrees dat ‘ze’ gelijk hebben. Oef, wat hebben we lekker gegeten ! Alles is homemade (of ‘gomemade’ zoals meneer Orfanos dat op z’n Grieks-Engels zegt) en wordt ter plaatse bereid. Een menukaart is er niet, bij binnenkomst komt hij aan tafel vertellen wat er allemaal voor lekkers is. Probleem is alleen dat hij zo enthousiast is over z’n ‘gomemade’ spulletjes dat, als je denkt alles gehoord te hebben, het alleen nog maar de voorgerechten blijken te zijn. We weten het dan ook niet meer en vragen hem ‘gewoon iets lekkers’ voor ons te maken. Nou … dat werd het ! Eerst brood met een smeersel dat me deed denken aan Humus (zelf zij hij dat het tzatziki was, maar dan met peper in plaats van knoflook), daarna een pittige salade (uit eigen tuin !), daarna een fikse kalamari (nog nooit zo’n mooie gezien !) en daarna een zalig gegrild visje uit eigen zee. Het visje smolt werkelijk op de tong, volgens meneer Orfanos komt dat omdat : ‘when the sky is clear, the sea is clear’. Het zal best, het was verrukkelijk. Daar tussendoor trouwens nog een wijnarrangementje, we lieten het ons allemaal welgevallen. Toen we ‘klaar’ waren en de rekening al (ongevraagd, maar dat schijnt hier allemaal te kunnen, doen ze overal) op de tafel lag, kwam hij toch nog even informeren of er nog plek was voor een nagerechtje. Ach ja, als dat net zo lekker is als de rest, lusten we wel wat. We hadden keus uit lemon-yoghurt (gomemade) met aardbeien (uit de tuin), iets verschrikkelijks zoets wat ze gejat hadden van de turken (nee, geen baklava) en gomemade chocolade-ijs. Ik nam het eerste, Erik het laatste. En daarna kregen we bijna ruzie, want allebei waren we er heilig van overtuigd dat we het lekkerste gekozen hadden !

Jammer dat dit restaurant maar van donderdag t/m zondag geopend is … het is al zaterdag. Vanavond dus zonder twijfel nog een keer !

En ja, verder bestaat het leven hier uit alleen maar hoogtepunten. Parasol uitklappen, ontbijt op ons terras, bakje koffie, rondje in het zwembad, lekkere kaasjes halen bij de winkel, rondje door het dorp, boekje lezen, watermeloen eten, puzzeltje maken, even uitrusten van dit alles, roseetje drinken, kaasjes opeten, genieten van het uitzicht, fotootje maken, verhaaltje schrijven … en dit alles in willekeurige volgorde, anders gaan de dagen zo op elkaar lijken :-).


onder de pijl, dat is 'ons' huisje voor een week !


agios nikolaos, 'ons' dorpje beneden aan de berg

zaterdag 4 juni 2011

We tobben wat af ;-)

Waar was ik gebleven ? We zitten ondertussen in onze ‘villa’ bij Agios Nikolaos en de tijd lijkt hier wel stil te staan (voor ons dan bedoel ik). Het is hier HEERLIJK ! Ruim huis, (privé)zwembadje, lekker terras, het weer is fantastisch, zon met af en toe een briesje van zee, we kijken uit op het dorpje Agios Nikolaos en de zee.


ons huisje van de achterkant


en de voorkant


ontbijt op ons terras ...


Het is hier stil, zo stil dat je af en toe niet durft te praten. Je hoort alleen het gesnirp van een krekel, het ruisen van de wind door de olijfbomen en het geklingel van de geitenkudde (wat later de pomp van het zwembad bleek te zijn :-)).

O ja, over het zwembad, het ziet er misschien niet groot uit, maar valt reuze mee, zes slagen heb je nodig om een baantje te trekken, zeven slagen als dit kruislings doet.

En ja, er zijn ook mindere kanten aan dit huis, zo hebben we namelijk geen sopdoekje, er is nog maar één blokje voor in de vaatwasser en is de sinaasappelpers niet elektrisch … bah …

Jullie snappen het wel, we voelen ons een prins en prinsesje op ons eigen kasteeltje.

Toch ging het de eerste nacht goed mis. Als alle ramen open staan waait het zo heerlijk door, het huis wordt dan min of meer onderdeel van de natuur. Vliegjes en insecten vliegen door het keukenraam naar binnen en door het woonkamerraam naar buiten. Geen probleem. Totdat het donker wordt. Ze (lees : muggen) vliegen wel naar binnen, maar niet meer door het woonkamerraam naar buiten. Ze (lees : muggen) vliegen wél de trap op, richting slaapkamer om daar (1) keihard zoemend rond de vier daar aanwezige oren te cirkelen, (2) lol te hebben om de slaande bewegingen te omzeilen, (3) nog meer lol te hebben om het gemopper, (4) nog veel meer lol te hebben om de muggenmiddeltjes die opgesmeerd werden, want wij trekken ons daar toch niets van aan en (5) uiteindelijk heerlijk in vrij liggende ledematen te prikken. Het waren er 837.

Dus tweede nacht lesje geleerd, ten eerste alles dicht gehouden, ten tweede alles donker gehouden, ten derde elektrisch muggenmiddel gekocht en in het stopcontact geprikt. En het hielp, geen mug te zien … Maar het is wel een beetje jammer, het is hier zo stil en zo lekker koel ’s nachts dat er niets lekkerder is om het raam lekker open te kunnen houden. We gaan vannacht een andere tactiek proberen …

En verder hebben wij eigenlijk nog niets ondernomen. De reis van Dimitsana uit de bergen hierheen ging vlotjes, volgens mij hebben we een uurtje of drie gereden, maar eerlijk gezegd weten we het niet, het horloge zit ergens in de koffer, dat heb je hier niet nodig. Het was wel een mooi tripje, uit de bergen, afzakkend uit het bergachtige binnenland naar de kust. Hier is de kust grillig, rechts de zee, links de bergen, de baaien zijn prachtig. Foto’s van de omgeving hier volgen nog, we waren vooralsnog te lui om uit de auto te stappen om een foto te maken ;-)

De (grote) supermarkt is dichtbij, 10 minuutjes rijden. Er zijn er zelfs twee. Leuk altijd om een buitenlandse supermarkt te bezoeken. Lange schappen met olijfolie bijvoorbeeld, veel (allemaal) kaasjes die we niet kennen, grote hompen vlees in de schappen en vissen in de vriezer die we niet kennen.


(een deel van) het olijfolieschap in de supermarkt


En er zijn twee dorpjes vlakbij, de eerste Agios Nikolaos, met een klein haventje met vissersboten en daaromheen wat tavernes, oude mannetjes met hun komboloi. Daar hebben we gisteren gegeten. Ik weet niet of we nog teruggaan, er lopen veel katten in Griekenland (zwervertjes), op zich geen punt, maar in Agios Nikolaos loopt er eentje die werkelijk beter afgemaakt kan worden, niet om aan te zien. Hartstikke ziek. Ik wordt daar echt gewoon misselijk van. Als we de 10e de staatsloterij winnen, gaan we hier een kattenopvang beginnen en een bus kopen waar we katten in gaan steriliseren en castreren, want daar hebben ze hier nog nooit van gehoord geloof ik.


Agios Nikolaos (met links vooraan 'onze' polo)




de kleine supermarkt in Agios Nikolaos (niet die van de olijfolie)


En dan is er nog het dorpje Stoupa, ook vlakbij. Een klein haventje, met daarnaast een klein zandstrandje. Ook wat tavernes, het is er drukker dan in Agios Nikolaos, waarschijnlijk vanwege het strandje. Hier hebben we eergisteren geluncht, net aangekomen. Hier kan je ook pinnen en zijn er wat souvenirwinkeltjes.


uitzicht vanaf het lunchplekje over Stoupa



En natuurlijk zijn er verderop nog veeel meer dorpjes en stadjes, we gaan het allemaal nog ontdekken deze week (want we blijven hier een week, yeah !!!).

Eerst een hapje van de watermeloen …

woensdag 1 juni 2011

Wie heeft er hier de broek aan ?

Vandaag een nieuwe dag, de zon schijnt en het leven in Dimitsana ziet er ineens heel anders uit. In het dorp zitten nog steeds dezelfde oude mannetjes op het terras, zijn ze vannacht toch wel naar huis geweest ? De groenteboer doet een rondje door het dorp, de slager trekt zijn witte jas aan en alle winkeltjes zijn weer open.
Vannacht hebben we heerlijk geslapen. Een guesthouse naast de kerk betekent natuurlijk wel dat je om het half uur de kerkklok hoort klingelen, maar goed, verder dan drie x heb ik het niet meer gehoord, dus het went snel.


op de achtergrond ons mooie guesthouse


Het ontbijt vanmorgen was fabuleus, de Grieken zijn dol op zoetigheden en wij toevallig ook ! De eigenaresse maakt ons veel duidelijk. Het lijkt wel alsof wij de enige toeristen in het dorp zijn en dat klopt ook wel een beetje. Ons guesthouse is momenteel alleen maar open omdat wij er zijn, aanstaand weekend vertrekt ze naar haar andere hotel aan de kust. Deze streek wordt heel veel bezocht door Griekse toeristen uit Athene en omgeving en deze komen hier tussen oktober en half mei. Het is dus nu laagseizoen en het hoogseizoen is net achter de rug. Als wij vertrekken gaat het guesthouse tot juli dicht, dan heeft ze weer een paar boekingen en gaat ze weer twee weken open.


Erik, onze huurauto met op de achtergrond Dimitsana


Dimitsana ligt aan de beroemde Loúsioskloof, een van de indrukwekkendste kloven in Griekenland (volgens ons reisgidsje). De kloof is 5 km lang en ca 300 meter diep. Op de steile kliffen staan veel middeleeuwse kloosters en kerken. De vele kloosters zorgden overigens voor de kruitproduktie tijdens de Griekse onafhankelijkheidsoorlog.



Dus jullie snappen het wel, vandaag gaan we de kloof in op zoek naar de kloosters. En het is inderdaad waar, wat is het hier prachtig. De vergezichten, de natuur, schitterend. Nadat we wat Griekse verkeersborden ontcijferd hebben, rijden we uiteindelijk het parkeerterreintje van het Moni Aimyalon op. Het bord op het toegangshek is weinig uitnodigend, vooral geboden. Geen ‘welkom’. Na 5 minuten ben ik erachter, ik ben hier niet eens welkom, ik heb mijn broek aan en dat mag niet. Helaas pindakaas. We rijden terug naar ons dorp, halen een rok op en gaan terug. Tja, wat je er allemaal niet voordoet om een klooster te mogen bezoeken.



women are not allowed to wear pants of any kind !
onderbroek ook uit dan ?



Mét rok gaan we door het hek, het is een lange weg naar beneden als we voor het klooster zelf staan. Een monnik is bezig in de moestuin, verder zien we niemand. Als we het kleine binnenplaatsje oplopen, is er nog steeds niemand. Bloemetjeslakens hangen te drogen (er wonen hier mannen !! bloemetjes lakens !!). We gaan een poosje zitten, iemand zal ons toch wel opmerken ? Maar nee hoor, ook de tuinmonnik komt niet even kijken. We lopen weer terug, op zoek naar de tuinmonnik, maar die heeft zich wijselijk verstopt. Waarschijnlijk is mijn aanschijn te mooi en te aantrekkelijk, het valt al niet mee voor een monnik om alle verleidingen te weerstaan en als ze dan zomaar het klooster binnenlopen … wegwezen ! We drentelen nog wat op en neer, wachten nog eens 5 minuten en besluiten dan toch maar weer weg te gaan. Rok voor niets gehaald …

Maar dan is daar toch ineens weer onze tuinmonnik. Met een ‘kalimera’ (goedemorgen) trek ik zijn aandacht. Hij praat 1,5 woord Engels en ik vraag hem of wij de kerk mogen zien. Hij maakt ons met gebaren duidelijk dat we op een deur moeten kloppen en dat er dan wel iemand zal komen.

Oke, wij lopen naar de deur en trekken aan de bel. Er gebeurt niets, we trekken nog een keer aan de bel, nog niets, we trekken nu heel lang aan de bel, maar nee hoor, er gebeurt nog steeds niets. Teleurgesteld lopen we weer richting uitgang.

Maar daar komt dan toch de tuinmonnik aan. Zichtbaar geïrriteerd dat er niemand is die de deur voor ons opendoet. Hij pakt zijn sleutel, opent de deur en gebaart ons naar binnen te gaan. We lopen een lange smalle lage gang in, steenkoud, dit klooster is min of meer in de rotsen gebouwd. Bang dat ik ben dat hij ons weer terugroept, ren ik min of meer de diepe gang in, aan het eind buigt de gang naar rechts en dan sta ik ineens in een klein kerkje uit 1600. Er is maar een klein raampje, dus het duurt even voordat je ogen gewend zijn, maar dan zien we de prachtige oude fresco’s, wow ! Dit was het hele gedoe wel waard. We zijn nog steeds alleen, de tuinmonnik is ons niet gevolgd. We staren wat in de rondte totdat er ineens een andere monnik achter ons staat. Hij spreekt wat beter Engels en ik vraag hem waar alle nonnen toch zijn (ik had gelezen dat dit een nonnenklooster was en ik verbaasde me al over de aanwezigheid van de monniken, maar ja, tegenwoordig kan alles …). Verschrikt antwoord hij dat dit een ‘mannenklooster’ is, oeps, verkeerd gelezen. Ik kan het later ook niet terugvinden, dus waar ik die wijsheid vandaan haalde, weet ik ook niet meer. We blijven nog even bewonderend staan, bedanken de monnik op z’n Grieks, waarna hij ons haast zegenend aankijkt. Dat is mooi, dat hebben we weer mooi binnen.


We rijden verder de kloof in, nog een beetje onder de indruk van dit bijzondere bezoek. Het voelt een beetje als ‘gluren bij de buren’, alsof je bij de mensen thuis komt en feitelijk is dat ook zo natuurlijk.

Een uur later staan we bij het tweede klooster, Néa Moní Filosófou voor de liefhebbers. Een 17e eeuws klooster, wat onlangs is gerenoveerd, er schijnt sindsdien weer 1 monnik te wonen. Zielig, zo alleen. Maar goed, hier is de ontvangst wat vriendelijker. Op het bord staat alleen ‘welkom’ en dat je je fatsoenlijk moet kleden. Geen verboden en geen sluitingstijden.



Ook hier zien we niemand, maar hier is het kerkje niet verstopt in de rotsen. De deur staat open en voorzichtig lopen we naar binnen. Een heel ander kerkje als zojuist, maar weer vol met prachtige fresco’s. Wellicht mag het eigenlijk niet, maar hier toch stiekem een fotootje gemaakt. Als we weer naar buiten gaan, zien we nog steeds niemand. We horen wel gerommel met borden, wellicht is de enige monnik z’n boterhammetje aan het smeren. We lopen terug naar de auto.




vooraan het klooster waar we net vandaan komen


Door de kloof rijden we verder naar Stemnitsa, eenzelfde soort dorpje als Dimitsana. Hier is een klein pleintje. We lopen het terras op, we hebben trek ! Een menukaart heeft de man niet, we moeten mee naar de keuken. Hier staan 5 pannetjes te pruttelen, hij doet een voor een het dekseltje omhoog en we mogen kiezen. Grappig ! Daarna peuzelen we heerlijk op het terras deze heerlijke lunch op. Het is hier echt genieten. Als we klaar zijn en willen betalen, komt de eigenaar nog met een (gratis) toetje aan, trots kijkt hij ons aan. Het smaakt heerlijk, gekonfijte perzik met Griekse yoghurt, jammie.


Stemnitsa


zelfs de bermen zijn mooi ...


Daarna rijden we op het gemakkie terug naar Dimitsana, door de kloof uiteraard. Elke keer weer ons verbazend over hoe mooi het hier wel niet is. Prachtig gebied dat het verdiend om ook in de zomer meer toeristen te ontvangen !



je ooit afgevraagd wat er in de kapelletjes staat die we
onderweg tegenkomen ? dit dus ...

In Dimitsana zoeken we weer een plaatsje tussen de oude mannetjes, allemaal spelend met hun komboloi. Het is een soort geruststellend geluid, het getik van de kraaltjes. De Griekse koffie smaakt ons goed en hier genieten we na totdat het zonnetje achter de huizen verdwijnt.